Europese aanbestedingen, al 200 jaar actueel!

Vaak wordt er gedacht dat aanbesteden van redelijk recente aard is. Niets blijkt minder waar. Al in 1815 besloot de Nederlandse overheid dat het afgelopen moest zijn met de corrupte ambtenaren en werd bij Koninklijk Besluit het openbaar aanbesteden verplicht gesteld. Het betrof ‘alle aannemingen van werken en leverancien ten behoeve van den lande, meerder dan vijf honderd guldens’. Inmiddels bevinden we ons dus in het jubileumjaar 2015 en kunnen we terugkijken op tweehonderd jaar aanbestedingsperikelen.

In de tussentijd is er uiteraard een hoop gebeurd. Grensbedragen werden verhoogd en regels aangepast. De huidige regelgeving is gebaseerd op wat in 2004 is verwezenlijkt. Vanaf dat jaar is er nog maar sprake van twee Europese richtlijnen inzake overheidsopdrachten, de klassieke richtlijn voor levering, diensten en werken en de richtlijn die specifiek gericht is op de nutssector.

 

De gedachte achter Europees aanbesteden

Europesche vlagDe voornaamste moderne gedachte achter Europees aanbesteden is dat ‘iedereen’ de mogelijkheid heeft zaken te doen met de overheid en dat transparant en objectief handelen hierbij als vanzelfsprekend centraal staan. Sinds een paar jaar is het ook in de meeste gevallen niet langer toegestaan van inschrijvers te eisen dat zij een bepaalde minimale jaaromzet genereren. Opmerkelijk genoeg komen dergelijke restricties wel weer omfloerst terug in de referentie-eisen. Of misschien eigenlijk wel helemaal niet zo opmerkelijk, een ieder kan immers bedenken dat het kleine bouwbedrijf op de hoek niet in staat is efficiënt een nieuwe metrotunnel aan te leggen. Hoewel dit misschien, indachtig de Amsterdamse Noord/Zuidlijn, niet zo’n heel goed voorbeeld is.

 

De voor- en nadelen

Bekend is dat het inschrijven op Europese aanbestedingen laagdrempelig maar ook tijdrovend is. En dat het zeker niet altijd tot succes leidt. In het bedrijfsleven wordt dan ook verschillend gedacht over het fenomeen. De investeringen zijn vaak hoog – er moet zoals gezegd veel tijd worden gestoken in een aanbestedingstraject – en de vraagstelling vanuit de overheid is daarbij niet altijd even duidelijk en logisch. Daarbij komt dat bij een onverhoopte afwijzing men zich niet altijd kan vinden in de onderbouwing die de aanbestedende dienst hiervoor geeft. Hiervoor geldt eigenlijk de wet waarvoor nog geen naam bestaat: hoe langer de geïnvesteerde tijd, des te minder begrip voor de afwijzing. En deze wet is een van de weinige waar vermoedelijk iedereen zich aan houdt. Of zouden er partijen bestaan die zich wel zomaar neerleggen bij een negatieve uitslag in aanbestedingstrajecten?

Tegenover de nadelen, waarvan er hierboven een paar genoemd zijn, staat dat het winnen van een aanbesteding garant staat voor een aantal jaren werk bij een betrouwbare opdrachtgever. En dat is toch heel wat waard. Of is juist de ‘beperkte’ doorlooptijd van een aanbestedingscontract op zichzelf al een reden de investering niet te doen? Wij vinden van niet. Maar er zullen partijen zijn bij wie dit argument wordt meegenomen in de besluitvorming al dan niet deel te nemen. En het komen tot het zogenoemde uitkwalificeren wordt nog een stukje makkelijker gemaakt als in de aanbesteding allerhande beteugelingen zijn opgenomen die het uitbaten van een raamovereenkomst zo goed als onmogelijk maken. Het roepen van ‘ze gaan maar lekker op zoek naar een ander’ is dan misschien best heel aantrekkelijk.

 

Gouden formule?

Hoe dan ook en of we het nou leuk vinden of niet, we kunnen er niet omheen: aanbesteden is iets dat onlosmakelijk verbonden is aan het economische leven waarmee wij te maken hebben en waarin we ons begeven. En of je nu wel of niet hieraan meedoet, het feit blijft dat de overheid ons nodig heeft om invulling te geven aan allerhande behoeften. De kunst hierbij is een aanbesteding dusdanig aan te vliegen dat de kans op winst het grootst is. De gouden formule hiervoor bestaat (helaas?) niet. De juiste handvatten wel maar welke dat zijn verklappen we hier natuurlijk niet. Want inschrijven op aanbestedingen is mooi maar onderscheidend vermogen toch nog net iets mooier.

Hans Al

Hans Al
Manager Europese Aanbestedingen & Automatisering bij Between B.V.